nonnevotte en poefele
Om de relatie en betekenis van dit carnavalsgebak uit te leggen is het goed om carnaval te zien als wintertraditie. De koude en donkere periode van de winter moest men in vroeger tijden zien door te komen en spaarzaam te zijn met voedsel. Ook was er weinig werk te verrichten. Daardoor verlangde men weer naar de zomerperiode. Dit verlangen werd bij alle winterse tradities (St. Maarten, Kerstmis, nieuwjaar, Driekoningen, Carnaval) vergezeld door speciale lekkernijen. Meestal in olie gebakken deegbollen of pannenkoeken met iets erin dat vruchtbaarheid symboliseert.
Met carnaval eten we vaak Nonnevotten en Poefele. Maar wat is het verschil..?
Nonnevotten zijn deegslierten die in de vorm van een strik worden gebakken in olie. Het luchtige deeg, dat na het bakken nog olie bevat is voedzaam en lekker tegelijk. In vroeger eeuwen werden deze vooral in kloosters gebakken, waardoor de relatie met nonnen (zusters) kan zijn gekomen. In Frankrijk heten ze nonne-scheten (pet de nonne). De strik zou verwijzen naar de strik die kloosterzusters aan de achterzijde van hun habijt hadden. In Zuid-Limburg hoor je daarom ook vaak de termen strik of sjtrik.
Daarnaast kennen sommige dorpen de poefel: een verwant frituurgebak dat meer op een berlinerbol lijkt en vaak gevuld is met jam of banketbakkersroom. Het is familie van de nonnevot, maar zeker niet hetzelfde.

