Veldtekens (insignes) CV De Faant

 

Van oudsher kennen we bij de gewapende strijd tussen legers de zogenaamde ‘veldtekens’; op een lange stok geplaatste figuren die de eenheid symboliseerden. Ze waren op het gevechtsveld goed zichtbaar, dienden als oriëntatiepunt voor de eenheden en markeerden ook de positie van de eenheidscommandant. Denk bijvoorbeeld aan de adelaar die door de Romeinen gebruikt werd. Het veldteken is door de eeuwen heen een symbool geworden van eenheid en ‘erbij horen’.

In veel Brabantse plaatsen is het gebruikelijk om ieder carnavalsseizoen een nieuw veldteken te maken. Deze insignes worden meestal met de hand gemaakt en geschilderd, aanvankelijk van karton, later van gips. Het insigne beeldt ook het carnavalsmotto van het jaar uit. Omdat ze maar in een beperkte oplage worden gemaakt, zijn het vaak collectors-items. De insignes worden verkocht en de opbrengst wordt door de plaatselijke carnavalsvereniging gebruikt om activiteiten van te organiseren of om de bouw van de carnavalswagen (mede) te bekostigen.

CV de Faant (1975) is één van de oudste carnavalsverenigingen in Raamsdonkveer. Vanaf 1983 geven zij jaarlijks een handgemaakt insigne uit. Zij zeggen er zelf over: “Een insigne is een soort van onderscheidingsteken. Reeds in de 16e eeuw droegen zowel burgers als edelen iets dergelijks binnen bepaalde vriendenkringen. Men streefde een gezamenlijk doel na dat van vermakelijke dan wel van politieke aard kon zijn. Met het dragen van het insigne maakte men kenbaar bij een bepaalde groep te horen. Daarom gaf men ieder jaar weer opnieuw een zogenaamd ‘veldteken’ uit. Deze functie heeft het insigne binnen onze carnavalswereld hedendaags eigenlijk nog steeds. Het duidt op: Ik wil er bij horen, dit zijn wij.”

Alle insignes worden met de hand gemaakt en beschilderd en zijn daarom stuk voor stuk uniek. Jaarlijks worden er gemiddeld ruim 500 stuks gemaakt.

Het maken van een insigne is een bewerkelijke bezigheid, eerst moet er een ontwerp (idee) komen, dan moet een mal worden gemaakt en daarna kan het gietwerk met gips beginnen. Als de insignes gegoten zijn moeten ze dagen drogen en uitharden, daarna gaan ze naar tientallen leden (grotendeels vrouwen) die ze gaan schilderen, een secure bezigheid waar engelen-geduld op zijn plaats is, gezien de vele kleuren die verwerkt moeten worden op een klein oppervlak. Dan gaan ze terug naar de coördinator die ze van een laagje vernis voorziet en er koordjes doorrijgt, zodat ze klaar zijn voor de verkoop.

Inmiddels bestaat de Club van ‘Kebsaommaol’ (“ik heb ze allemaal”), waar o.a. ook het Vasteloavends Museum toe behoort.

De modernere variant van de veldtekens is de ‘seizoens-pin’ die sinds een aantal jaren door Limburgse verenigingen (en ook het Vasteloavends Museum) wordt uitgebracht.

Van ontwerp naar mal