De Hoej-Geet

 

In 1960 vonden een aantal heren in Schinveld (Sjilvend) dat het plaatselijke carnaval wel een extra activiteit kon gebruiken. Op carnavalszondag zat men gezellig bij elkaar en er werden verschillende originele en minder originele ideeën geopperd. Tot uiteindelijk het idee van het oplaten van een geit ‘mit ee gesjtrikt udeer’ (een gebreide uier) op de heel korte termijn het meest uitvoerbaar bleek.

En zo gebeurde het dat op carnavalsdinsdag, 29 februari 1960 de eerste Geet de lucht in ging. Een traditie was geboren. Er werd een comité opgericht – Het Hoej-Hoej Comité – dat de activiteit ging organiseren. ‘Hoej’ betekent ‘Help Oees Ege Jeugd’. Het Comité organiseert ook – tegelijk met de lancering van de Geet – een ballonnenwedstrijd voor de jeugd.

Het Geet-oploate trekt inmiddels een grote schare bezoekers, die bij het oplaten van de geit uit volle borst het lied ‘En went de Geet neet geet…’ meezingt. Aan de geit hangt een meertalige brief waarin de vinder verzocht wordt om zich te melden bij het Hoej-Comité. Het comité neemt contact op met de vinder en maakt een afspraak voor een bezoek aan de vinder. Meestal vindt dat rond Pinksteren plaats. De vinder wordt tijdens dat bezoek benoemd tot erelid en tevens uitgenodigd om op carnavalsdinsdag de volgende Geet op te laten.

De Geet is in de afgelopen tientallen jaren al ver gereisd: tot in Oekraïne, Frankrijk en Italië toe. Maar soms wordt hij ook vlakbij gevonden, bijvoorbeeld in Wittem.

En waarom een ‘gesjtrikt udder’? Daar is geen eenduidige reden voor, maar één van de verklaringen zou kunnen zijn dat men (heel) vroeger, als een feest als een nachtkaars uit dreigde te gaan riep: “V’r  loate ‘n geet op mit ee gesjtrikt udder!”, om de feestvierders nog eens te activeren.

Bron: website Hoej-Hoej Comité