Dansmarieke
Het dansmarieke komt voort uit het beroep van marketentster, die nu nog actief zijn binnen de schutterswereld. Het heeft zijn oorsprong in het Duitse Rijngebied, daar had het carnaval een militaristische inslag. Dat was bedoeld als persiflage, om de Pruisen en de Fransen een beetje te kijk te zetten. Marketentsters waren vrouwen die zorgden voor eten en drinken en andere geneugten − mogelijk ook in amoureus opzicht…
Marketentsters ontwikkelden zich in het carnaval tot tanzmariechen, waarbij oorspronkelijk mannen zich als vrouw verkleedden. Tot men in Duitsland onder invloed van het nationaalsocialisme de travestie werd verboden (zie ook het Dreigestirn). Toen zijn het dansende meisjes geworden.’
Carnavalsverenigingen werden tot dan toe bestierd door mannen: de prins, zijn adjudant, een raad van elf en soms een nar, maar na de Tweede Wereldoorlog rekruteerde een beetje carnavalsvereniging een eigen dansmarieke, liever nog een heel stel, en zo is het nog altijd. Waar het Rijnlandse carnaval zich verspreidde, trokken dansmariekes mee, naar België, zelfs tot in Frankrijk. In Brabant vermengde het Rijnlandse met het Brabantse carnaval, dat meer bourgondische elementen heeft.
Hun zogeheten gardedans − naar de militaire garde − is niet te verwarren met die van majorettes, die een baton gebruiken. Net als het traditionele gardekostuum, met een pruik met blonde pijpenkrullen, rijglaarsjes, gevederde hoed, kanten petticoat en ondergoed, heeft ook de dans militaire elementen: strak in het gelid in formatie, benen in de lucht, pittig tempo, en, als het meezit, keurig synchroon. Maar er zijn ook invloeden uit de polka, acrobatische elementen van de kozakken en uit showdans.

